ECLI:NL:RBHAA:2010:BZ8971
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslag en boete wegens onjuiste inkomstenbelastingaangifte
Eiser, directeur en procuratiehouder van verschillende ondernemingen, kreeg een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd over 2004, gebaseerd op een belastbaar inkomen van €23.133, inclusief een boete van 50% van de nagevorderde belasting. De inspecteur stelde dat eiser inkomsten van €15.000 niet had aangegeven, waaronder een bedrag van €14.094 aan accountantskosten van een klant, waarvoor eiser zelf de werkzaamheden had verricht.
Eiser betwistte de navorderingsaanslag en boete, onder meer omdat de uitspraak op bezwaar te laat was gedaan en de schatting van de inkomsten te hoog was. De rechtbank oordeelde dat de navorderingsaanslag te hoog was vastgesteld en stelde het belastbaar inkomen bij op €22.842, gebaseerd op de met grote zekerheid vastgestelde inkomsten van €14.094. De boete werd verminderd tot 45% wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar bleef passend vanwege het opzettelijk niet aangeven van inkomsten.
De rechtbank wees het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, en bepaalde dat de heffingsrente en boete overeenkomstig worden verminderd. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Navorderingsaanslag en boete worden verminderd wegens te hoge schatting en overschrijding redelijke termijn.