ECLI:NL:RBHAA:2011:BP5990
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.A. Otter
- Rechtspraak.nl
Gerechtelijke vaststelling vaderschap na postmortale inseminatie
De moeder verzoekt de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van haar minderjarige kind, geboren in 2010 na een postmortale inseminatie met ingevroren zaad van haar overleden echtgenoot. De man was tijdens het huwelijk gediagnosticeerd met longkanker en had vlak voor zijn overlijden toestemming gegeven voor het gebruik van zijn zaad na zijn dood.
De rechtbank weegt de overgelegde verklaringen van huisartsen, het laboratoriumverslag van de vruchtbaarheidsbehandeling en de instemming van de vaderlijke familie mee. De bijzondere curator ondersteunt het verzoek en ziet geen aanleiding tot twijfel over de juistheid van de stellingen.
Gelet op het belang van het kind en het ontbreken van tegenbewijs, wijst de rechtbank het verzoek toe en draagt zij op het vaderschap officieel vast te stellen. De beschikking is openbaar uitgesproken en kan door partijen binnen drie maanden worden aangevochten door hoger beroep.
Uitkomst: Het vaderschap van de overleden man wordt vastgesteld ten aanzien van het kind geboren na postmortale inseminatie.