ECLI:NL:RBHAA:2011:BP6221
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- G. Guinau
- Rechtspraak.nl
Vernietiging tijdelijke ontheffing voor units dorpshuis wegens onvoldoende aannemelijkheid tijdelijke behoefte
De rechtbank Haarlem behandelde het beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Velsen om tijdelijke ontheffing en bouwvergunning te verlenen voor het plaatsen van tijdelijke units voor een dorpshuis op een locatie die volgens het bestemmingsplan bestemd is voor verkeersdoeleinden.
De tijdelijke ontheffing was verleend voor een periode van twee jaar. Eisers voerden aan dat niet aannemelijk was dat na afloop van deze termijn de units niet meer nodig zouden zijn. Verweerder baseerde zich op de verwachting dat het dorpshuis uiterlijk eind 2012 naar een nieuwbouwlocatie zou verhuizen, maar kon deze verwachting onvoldoende onderbouwen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het ontwerp-bestemmingsplan nog ter inzage moest worden gelegd en dat de benodigde vergunningen pas in de tweede helft van 2011 aangevraagd konden worden. Hierdoor was onvoldoende zekerheid dat de nieuwbouw tijdig gerealiseerd zou zijn, zodat de tijdelijke behoefte aan de units niet was komen te vervallen.
Daarmee was niet voldaan aan de voorwaarde van artikel 3.22 Wro dat aannemelijk moet zijn dat na het verstrijken van de termijn geen behoefte meer bestaat aan de tijdelijke voorziening. Het besluit werd daarom vernietigd, het beroep gegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
De rechtbank veroordeelde het college tot betaling van proceskosten en vergoedde het griffierecht aan eisers.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot tijdelijke ontheffing wordt vernietigd.