ECLI:NL:RBHAA:2011:BP6389
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herinvesteringsreserve en vertraging herinvestering zonder begin uitvoering
Eiseres, moedermaatschappij van een fiscale eenheid, had in 2000 een vervangingsreserve gevormd die per 1 januari 2001 overging in een herinvesteringsreserve. In 2005 werd de vraag gesteld of deze reserve moest worden vrijgevallen. Eiseres stelde dat de aanschaf van een nieuw bedrijfsmiddel door bijzondere omstandigheden was vertraagd en dat zij erop mocht vertrouwen dat uitstel werd verleend.
De rechtbank stelde vast dat onderhandelingen over overnames en de intentie tot herinvestering niet konden worden aangemerkt als een begin van uitvoering, omdat er geen concrete afspraken waren gemaakt. Zonder een begin van uitvoering kon de termijn voor vrijval niet worden verlengd. De financiële omstandigheden van eiseres, waaronder het faillissement van een dochtermaatschappij, vormden geen bijzondere omstandigheid die de vertraging rechtvaardigde.
Daarnaast faalde het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat verweerder niet expliciet een standpunt had ingenomen over de termijnverlenging en er geen bestendige gedragslijn was die een dergelijk vertrouwen kon wekken. Het beroep tegen de aanslag en heffingsrente werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting wordt gehandhaafd.