ECLI:NL:RBHAA:2011:BP7212
Rechtbank Haarlem
- Raadkamer
- R.E.A. Toeter
- M.A.E. de Jong-Overtoom
- J.C.M. Swinkels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaarschrift tegen beperkingen opgelegd in belang van onderzoek
Op 8 februari 2011 heeft de officier van justitie aan klager, die in voorlopige hechtenis is, diverse beperkende maatregelen opgelegd in het belang van het opsporingsonderzoek, waaronder beperkingen op bezoek, correspondentie, telefonische contacten, en internetgebruik.
De raadsvrouw van klager voerde aan dat deze beperkingen onrechtmatig zijn omdat de onderzoeksgrond niet was opgenomen in de vordering tot inbewaringstelling, en dat beperkingen alleen kunnen worden opgelegd indien de voorlopige hechtenis mede op de onderzoeksgrond is gebaseerd.
De rechtbank oordeelt dat de wet niet vereist dat de onderzoeksgrond aan het bevel tot voorlopige hechtenis ten grondslag ligt om beperkingen in het belang van het onderzoek op te leggen. De noodzaak voor beperkingen moet worden onderscheiden van de noodzaak voor voorlopige hechtenis. De officier van justitie is bevoegd om dergelijke beperkingen te bevelen zolang deze volstrekt noodzakelijk zijn voor het onderzoek.
Gezien de voortgang van het opsporingsonderzoek en de noodzaak om het onderzoek te beschermen, verklaart de rechtbank het bezwaarschrift ongegrond. De rechtbank wijst er tevens op dat de beperkingen niet gelden voor contact met reclasseringsambtenaren.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de beperkende maatregelen wordt ongegrond verklaard en de beperkingen blijven gehandhaafd.