ECLI:NL:RBHAA:2011:BP7330
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A.F. Donders
- T. van Muijden
- G.A. van der Bijl
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wegens ontbreken wederrechtelijk voordeel
De rechtbank Haarlem behandelde op 10 februari 2011 de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tot een maximum van €53.688,12 tegen de verdachte. Deze vordering was gebaseerd op een eerdere veroordeling wegens medeplegen van een overtreding van de Opiumwet.
Tijdens de openbare terechtzitting van 27 januari 2011 en het onderzoek van het straf- en ontnemingsdossier werd vastgesteld dat onvoldoende bewijs bestond dat de veroordeelde door het gepleegde strafbare feit enig wederrechtelijk voordeel had verkregen. De rechtbank oordeelde daarom dat de vordering tot ontneming niet toewijsbaar was.
De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer en uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. Eén van de rechters, mr. G.A. van der Bijl, was niet in staat de beslissing mede te ondertekenen. De rechtbank wees de vordering tot ontneming af, waarmee het verzoek van het Openbaar Ministerie werd verworpen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens ontbreken van bewijs van voordeel.