ECLI:NL:RBHAA:2011:BP8512
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Compensatieregeling voor passagiers vertraagde vluchten en prejudiciële vragen
Passagiers van een vertraagde vlucht van Martinair vorderen compensatie op grond van artikel 7 van Pro Verordening (EG) nr. 261/2004. Martinair verzoekt de zaak aan te houden vanwege lopende prejudiciële vragen bij het Hof van Justitie, maar de rechtbank oordeelt dat geen nieuwe rechtsvragen zijn gerezen.
De rechtbank bespreekt het Sturgeon-arrest waarin het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat passagiers van vertraagde vluchten aanspraak kunnen maken op compensatie, net als passagiers van geannuleerde vluchten, vanwege onomkeerbaar tijdsverlies. Martinair stelt dat dit arrest onduidelijkheden en strijdigheden met andere verdragen en beginselen bevat, maar de rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin deze punten zijn weerlegd.
De rechtbank benadrukt dat de verwijzingsplicht tot het stellen van prejudiciële vragen niet geldt als de kwestie al is beantwoord door het Hof van Justitie, zoals in het Sturgeon- en IATA-arrest. De rechtbank wijst het verzoek tot aanhouding af en verwijst de zaak naar de rolzitting voor vonnis.
Uitkomst: Verzoek tot aanhouding wordt afgewezen; geen nieuwe prejudiciële vragen, zaak wordt verwezen naar rolzitting voor vonnis.