ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ2192
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Geen afdwingbaar recht op ontwikkeling na besluit tot verlegging weg
In deze zaak vordert Westpark Business Center B.V. nakoming van een samenwerkingsovereenkomst met de gemeente Zaanstad, waarin is opgenomen dat Westpark het recht zou verkrijgen om een perceel te ontwikkelen indien de gemeente de Houtveldweg verlegt. De gemeente had aanvankelijk besloten tot verlegging, maar trok dit besluit later in. Westpark stelt dat dit eerdere besluit voldoende is om haar rechten te doen ontstaan.
De rechtbank analyseert de overeenkomst en de totstandkomingsgeschiedenis, waarbij blijkt dat de gemeente expliciet de vrijheid heeft behouden om al dan niet over te gaan tot verlegging van de Houtveldweg. De overeenkomst voorziet slechts in een mogelijkheid voor Westpark om te ontwikkelen als de weg wordt verlegd, maar geeft geen afdwingbaar recht zolang de weg niet daadwerkelijk wordt verlegd.
Daarnaast is de verlegging van de weg onderdeel van een planologische besluitvorming die nog in een beginfase verkeerde toen het besluit werd genomen. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat partijen hebben beoogd dat de gemeente gebonden zou zijn aan een dergelijk voorlopig besluit. Ook het beroep van Westpark op gerechtvaardigd vertrouwen wordt afgewezen vanwege de expliciete vrijheid van de gemeente.
De voorzieningenrechter wijst de vordering van Westpark af en veroordeelt haar in de proceskosten. Hiermee wordt bevestigd dat een voorwaardelijke ontwikkeling afhankelijk blijft van daadwerkelijke uitvoering van de voorwaarde, in dit geval de verlegging van de Houtveldweg.
Uitkomst: De vordering van Westpark tot nakoming van de overeenkomst wordt afgewezen omdat de gemeente niet gebonden is aan het eerdere besluit tot verlegging van de Houtveldweg.