ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ2255
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing terugvordering fysiotherapeutische declaraties wegens gebrekkige controle en onvoldoende bewijs
Achmea Zorgverzekeringen vorderde van een zelfstandig gevestigde fysiotherapeut terugbetaling van declaraties over 2005, stellende dat zij meer behandelingen dan gemiddeld had gedeclareerd die niet voldeden aan de kwaliteitseisen. De zorgverzekeraar baseerde haar vordering op een auditrapport van een particulier bureau, Health Care Auditing (HCA), dat in opdracht van Achmea audits uitvoerde.
De fysiotherapeut betwistte de vordering en voerde aan dat haar patiëntpopulatie specifiek was (geriatrische patiënten met chronische aandoeningen) en daardoor een bovengemiddeld aantal behandelingen vereiste. Tevens stelde zij dat de controle niet conform het vooraf opgestelde controleplan was uitgevoerd, dat HCA niet onafhankelijk was en dat de audit niet door een door de beroepsgroep ingestelde commissie was gedaan. Ook was de beroepsmogelijkheid die haar was toegezegd later door Achmea ingetrokken.
De rechtbank stelde vast dat Achmea niet had voldaan aan de Regeling administratie en controle ziekenfondsen Ziekenfondswet, omdat de controle pas eind 2006 plaatsvond over het jaar 2005 en niet gedurende het kalenderjaar zoals vereist. Ook was de toetsing niet door een erkende commissie uitgevoerd. Hierdoor ontbrak een deugdelijke vaststelling dat de zorg niet doelmatig of noodzakelijk was verleend.
Daarom wees de rechtbank de vordering tot terugbetaling af, evenals de subsidiaire vorderingen wegens onverschuldigde betaling en onrechtmatig handelen. Achmea werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak onderstreept het belang van een correcte en onafhankelijke controle conform vooraf vastgestelde plannen en het respecteren van contractuele en wettelijke waarborgen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de terugvordering van declaraties door Achmea af wegens gebrekkige controle en onvoldoende bewijs van niet-doelmatige zorg.