ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ2754
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens niet tijdige melding betalingsonmacht pensioenpremies
De zaak betreft een verzet tegen door het bedrijfstakpensioenfonds Horeca uitgevaardigde dwangbevelen tot afdracht van pensioenpremies over 2006 tot en met 2008. De eiser was bestuurder van een besloten vennootschap die failliet ging en niet tijdig haar pensioenpremies betaalde.
De eiser stelde dat hij de betalingsonmacht van de vennootschap tijdig aan het pensioenfonds had gemeld via schriftelijke en telefonische contacten, en dat het pensioenfonds al vroeg op de hoogte was van de betalingsproblemen. Het pensioenfonds stelde dat de meldingsplicht volgens de Wet Bpf 2000 en het Besluit meldingsregeling Wet Bpf 2000 strikt schriftelijk en binnen 14 dagen na vervaldatum moest gebeuren, wat niet was nageleefd.
De kantonrechter oordeelde dat de schriftelijke mededelingen en telefonische contacten niet voldeden aan de strikte wettelijke meldingsvereisten. De brief van 2 april 2008 was niet gericht aan het pensioenfonds en bevatte geen specifieke melding van betalingsonmacht. Telefonische meldingen kunnen niet als rechtsgeldige meldingen worden aangemerkt. Hierdoor kon de eiser het wettelijk vermoeden van bestuurdersaansprakelijkheid niet weerleggen en werd hij hoofdelijk aansprakelijk gehouden voor de pensioenpremies.
De vordering van de eiser werd afgewezen en hij werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de voormalig bestuurder wordt afgewezen en hij wordt hoofdelijk aansprakelijk gehouden voor de pensioenpremies over 2006-2008.