ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ5849
Rechtbank Haarlem
- Verzet
- G.W.S. de Groot
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens tijdigheid gronden
Opposant had beroep ingesteld tegen een besluit van de Belastingdienst, maar de rechtbank verklaarde het beroep kennelijk niet-ontvankelijk omdat de gronden niet tijdig waren ingediend. Opposant stelde in verzet dat de gronden op 23 december 2010 per post waren verzonden, ondersteund door een frankeerstempel en omstandigheden rondom de postbezorging in de kerstperiode.
De rechtbank overwoog dat de termijn voor het indienen van de beroepsgronden liep tot 24 december 2010 en dat de gronden pas op 28 december 2010 waren ontvangen. De toepasselijke regel is de verzendtheorie zoals neergelegd in artikel 6:9 Awb Pro, waarbij tijdigheid wordt aangenomen als de stukken voor het einde van de termijn ter post zijn bezorgd en binnen een week daarna zijn ontvangen.
Hoewel de frankeermachine niet doorslaggevend is, achtte de rechtbank de toelichting van opposant aannemelijk dat de gronden tijdig zijn verzonden. Vertragingen rond de kerstdagen zijn bekend en het ontbreken van aangetekende verzending is geen reden om de toelichting te verwerpen.
De rechtbank verklaarde het verzet gegrond, vernietigde de eerdere niet-ontvankelijkverklaring en veroordeelde de Belastingdienst in de proceskosten van €436. De procedure wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevond.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt vernietigd.