ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ7684
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding toegekend ondanks no cure-no pay afspraak in bestuursrechtelijke beroepsprocedure
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een beschikking van verweerder inzake de Wet waardering onroerende zaken 2010. Vervolgens trok verweerder het bestreden besluit in en trok eiser het beroep in, met het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten van de procedure.
Verweerder stelde zich op het standpunt dat geen proceskostenvergoeding verschuldigd was omdat de gemachtigde van eiser werkte op basis van een no cure-no pay afspraak. De rechtbank oordeelde echter dat deze afspraak niet betekent dat eiser geen kosten heeft gemaakt of zal maken, zoals bedoeld in de artikelen 7:15 en 8:75 Awb.
Eiser had een factuur overgelegd waaruit bleek dat hij €437,- aan zijn gemachtigde verschuldigd was voor de beroepsprocedure. De rechtbank achtte dit voldoende bewijs van gemaakte kosten en veroordeelde verweerder tot betaling van deze proceskosten, inclusief het griffierecht van €41,-.
De uitspraak werd gedaan door rechter G.W.J. Harten op 20 mei 2011 en partijen werd de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam geboden.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €437,- en griffierecht van €41,- aan eiser.