ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ8229
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beperking renteaftrek geldlening directeur-grootaandeelhouder voor eigen woning
Eiser, directeur-grootaandeelhouder van een BV, had een lening afgesloten bij zijn BV voor de verwerving van zijn eigen woning met een rentevergoeding van 11%. De leningsovereenkomst bevatte een optierecht om de schuld af te lossen in aandelen, waarvoor een deel van de rente (5%) een vergoeding vormde. De Belastingdienst erkende slechts 6% renteaftrek als kosten eigen woning en betwistte de aftrek van de resterende 5%.
De rechtbank stelde vast dat de 5% vergoeding voor het optierecht geen aftrekbare rente is volgens artikel 3.120 Wet IB 2001. Het optierecht werd aangemerkt als terbeschikkingstelling van een vermogensbestanddeel, waardoor het resultaat uit deze terbeschikkingstelling als resultaat uit overige werkzaamheden moet worden belast. De jaarlijkse betalingen zijn een vergoeding voor deze bron van inkomsten en leiden niet tot direct resultaat in 2003.
Verder oordeelde de rechtbank dat de putoptieovereenkomst met een aan de broer gelieerde BV geen terbeschikkingstelling opleverde en dat de constructie niet als fraus legis kon worden aangemerkt. De waardering van het optierecht en de putoptie werd bevestigd, en de aanslag werd verminderd conform de juiste berekening. De rechtbank veroordeelde de Belastingdienst tevens in de proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank beperkt de renteaftrek tot 6% en veroordeelt de Belastingdienst tot vermindering van de aanslag en vergoeding van proceskosten.