ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ8625
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- G. Guinau
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen bouwvergunning tweede fase voor woninguitbouw
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de bouwvergunning tweede fase voor de gedeeltelijke vergroting van een bestaande uitbouw van een woning aan een adres in Haarlem. Zij vorderen schorsing van de vergunning omdat zij vrezen voor verlies van lichtinval, privacy, waardevermindering van hun panden en onveilige situaties door een verkeerde bestemming.
De rechtbank overweegt dat de bouwvergunning eerste fase reeds onherroepelijk is en dat de tweede fase van rechtswege is verleend omdat de gemeente niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. De toetsing van de vergunning richt zich uitsluitend op het Bouwbesluit 2003 en de niet-stedenbouwkundige voorschriften van de Haarlemse Bouwverordening, zoals bepaald in artikel 44 en Pro 56a van de Woningwet.
Omdat verzoekers niet hebben gesteld noch is gebleken dat het bouwplan in strijd is met deze voorschriften, kan de vergunning niet worden geweigerd. Overlast en waardevermindering zijn civielrechtelijke kwesties en kunnen in deze bestuursrechtelijke procedure niet worden meegenomen.
De rechtbank concludeert dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet kan worden toegewezen en wijst dit af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning tweede fase wordt afgewezen.