ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ9792
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek vervangende toestemming erkenning en omgangsregeling na conflict tussen ouders
De man verzoekt de rechtbank om vervangende toestemming tot erkenning van zijn kind, omdat de moeder haar toestemming weigert. Tevens verzoekt hij om een omgangsregeling met het kind. De moeder bestrijdt beide verzoeken en wijst op een verstoorde relatie en incidenten van huiselijk geweld.
De rechtbank benoemt een bijzondere curator en laat de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek instellen naar de belangen van het kind en de moeder bij erkenning. De man erkent de biologische vaderschap, maar er bestaat onenigheid over de omgang en de relatie tussen partijen.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek tot omgangsregeling wordt afgewezen omdat de man geen nauwe persoonlijke betrekking met het kind heeft kunnen aantonen. Het verzoek tot vervangende toestemming erkenning wordt aangehouden tot het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming is ontvangen en nader advies van de bijzondere curator is ingewonnen.
De moeder vreest dat erkenning en omgang het kind in zijn emotionele ontwikkeling zullen schaden vanwege de angst die zij heeft voor de man. De rechtbank weegt het belang van het kind en de moeder zorgvuldig af tegen het recht van de man op erkenning.
De beschikking is gegeven door kinderrechter E.J. van Keken op 3 mei 2011 en bevat een termijn voor het indienen van hoger beroep.
Uitkomst: Verzoek tot omgangsregeling afgewezen en verzoek tot vervangende toestemming erkenning aangehouden voor nader onderzoek.