ECLI:NL:RBHAA:2011:BR0679
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A. Fase
- J.M. van Kempen
- M. Mees
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslagen inkomstenbelasting 2006 en 2007 vernietigd wegens ontbreken strafbare feiten
Eiser, een vennootschap onder firma actief in de weg- en waterbouw, kreeg navorderingsaanslagen opgelegd voor de jaren 2006 en 2007 wegens aftrekbeperking van kosten voor verstrekkingen aan ambtenaren. Deze verstrekkingen betroffen hotelverblijven bij ambtsjubilea van zakelijke relaties die ambtenaren waren.
Verweerder baseerde de navorderingsaanslagen op artikel 3.14, eerste lid, onderdeel h, van de Wet inkomstenbelasting 2001, dat aftrek uitsluit indien kosten verband houden met strafbare feiten zoals omkoping van ambtenaren. Verweerder stelde dat sprake was van strafbare feiten als bedoeld in artikel 177a Sr, maar kon dit niet overtuigend aantonen.
De rechtbank oordeelde dat hoewel een vermoeden van steekpenningen bestond, verweerder niet had bewezen dat de verstrekkingen met het oogmerk waren gedaan om ambtenaren te beïnvloeden. Er ontbraken verklaringen van betrokken ambtenaren en bewijs van beslissingsbevoegdheid. Ook was geen strafrechtelijke vervolging ingesteld, wat meeweegt in de beoordeling.
Daarom bleef de aftrekbeperking buiten toepassing en werden de navorderingsaanslagen en heffingsrente vernietigd. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.092 en het griffierecht van €41.
De rechtbank wees het verzoek om vergoeding van werkelijk gemaakte juridische kosten af, omdat geen sprake was van onzorgvuldig handelen door verweerder of bijzondere omstandigheden die daartoe noodzaakten.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen inkomstenbelasting 2006 en 2007 worden vernietigd wegens ontbreken van overtuigend bewijs van strafbare feiten.