ECLI:NL:RBHAA:2011:BR0720

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
11 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
502230 CB VERZ 11-26
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:386 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek benoeming tweede curator bij ondercuratelestelling wegens geestelijke stoornis en verkwisting

De rechtbank Haarlem behandelde een verzoek tot ondercuratelestelling van betrokkene wegens een geestelijke stoornis en verkwisting. Verzoekster vroeg tevens benoeming tot tweede curator, maar dit verzoek werd afgewezen omdat de voorgestelde curator niet bereid was gezamenlijk met haar de ondercuratelestelling uit te voeren.

De rechtbank nam kennis van diverse verklaringen en onderzoeken, waaronder van maatschappelijk werkers, artsen en orthopedagogen, die de noodzaak van ondercuratelestelling ondersteunden. Betrokkene was niet verschenen bij de zitting, waardoor hij niet gehoord kon worden.

De kantonrechter besloot betrokkene onder curatele te stellen en benoemde de voorgestelde curator. De beloning van de curator werd vastgesteld volgens de richtlijnen van het Landelijk Overleg Kantonrechters. Tegen de beslissing staat hoger beroep open via advocaat binnen drie maanden.

Uitkomst: Betrokkene is onder curatele gesteld en de voorgestelde curator is benoemd, het verzoek tot benoeming tweede curator is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector kanton, locatie Haarlem
zaaknummer 502230 CB VERZ 11-26
datum uitspraak 11 april 2011
Beschikking op een verzoek tot ondercuratelestelling
op verzoek van:
[A.]
wonende te [adres]
hierna ook te noemen: verzoekster.
Het verzoek strekt tot ondercuratelestelling van:
[B.]
zonder vaste woonplaats
thans verblijvende te [adres]
geboren te [geboorteplaats + geboortedatum]
hierna te noemen: betrokkene.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 7 maart 2011;
- een schriftelijke verklaring d.d. 4 maart 2011, afkomstig van [C.], als maatschappelijk werkende ACT+team Ingeest verbonden aan GGZ inGeest te Haarlem;
- een geneeskundige verklaring d.d. 4 maart 2011, afkomstig van [D.], als Arts ACT+team Ingeest verbonden aan GGZ inGeest te Haarlem;
- een schriftelijke verklaring afkomstig van [E.], als begeleider pleegzorg voor [F.] verbonden aan OCK het Spalier te Santpoort;
- een kopie Resultaten intelligentieonderzoek d.d. oktober 2010, afkomstig van [G.], orthopedagoog;
- een exemplaar van de “geschiedenis van mij ([A.]) en mijn moeder Hatice”, d.d. januari 2011, afkomstig van verzoekster, dochter van betrokkene;
- een bereidverklaring van de voorgestelde curator.
De zaak is behandeld ter zitting van 24 maart 2011. Verschenen zijn:
- [H.], gemachtigde van verzoekster;
- [I.] de voorgestelde curator;
- [E.], voornoemd;
- [J.], verzorgster van opvang voor betrokkene.
De griffier heeft aantekeningen gemaakt van het verhandelde ter zitting.
beoordeling
1.
Het verzoek strekt tot ondercuratelestelling van betrokkene met benoeming van [K.], gevestigd te [adres] en geboren te [geboorteplaats + geboortedatum] tot curator. Het verzoek is gebaseerd op de stelling dat betrokkene wegens een geestelijke stoornis en verkwisting, al dan niet met tussenpozen, niet in staat is of bemoeilijkt wordt haar eigen belangen behoorlijk waar te nemen.
2.
Verzoekster heeft in een telefonisch contact met de griffier d.d. 25 maart 2011 aangegeven dat zij tot tweede curator wenst te worden benoemd en dat zij daartoe een bereidverklaring curator in zou dienen, die tot op heden overigens nog niet ter griffie is ontvangen. De voorgestelde curator [K.] (hierna te noemen: [K.]) zou hiervan op de hoogte zijn en verzoekster gaf te kennen verbaasd te zijn dat haar wens niet ter zitting aan de orde is geweest. Navraag bij [K.] heeft uitgewezen dat hij hiervan eerst op 25 maart 2011 door het ACT+team Ingeest te Haarlem op de hoogte is gesteld en het onderwerp niet in de contacten tussen verzoekster en hem is besproken. In een schriftelijk bericht van 25 maart 2011 geeft [K.] aan niet bereid te zijn om gezamenlijk met verzoekster uitvoering te geven aan de ondercuratelestelling van betrokkene. Gelet op bovenstaande en voorts gelet op de urgentie van de ondercuratelestelling, acht de kantonrechter benoeming van een tweede curator in de persoon van verzoekster niet in het belang van betrokkene. De kantonrechter heeft betrokkene niet kunnen horen over het verzoek tot ondercuratelestelling, noch over de wens van verzoekster om tot tweede curator te worden benoemd, omdat betrokkene niet ter zitting is verschenen.
3.
De kantonrechter is, gelet op de inhoud van de stukken en het verhandelde ter zitting, van oordeel dat het verzoek op de gestelde en juist gebleken gronden behoort te worden ingewilligd. De kantonrechter zal de voorgestelde curator [K.] benoemen nu van bezwaren tegen deze benoeming niet is gebleken.
4.
De beloning van de curator zal worden vastgesteld in overeenstemming met de richtlijnen van het Landelijk Overleg Kantonrechters voor professionele curatoren, thans tot een bedrag van € 1.238,00 per jaar en eenmalige intake kosten van € 502,00. De bedragen zijn exclusief eventueel verschuldigde BTW.
beslissing
De kantonrechter:
- stelt [B.] onder curatele wegens een geestelijke stoornis en verkwisting;
- benoemt tot curator [K.];
- stelt het salaris van de curator in afwijking van het bepaalde bij artikel 1:386 lid 1 BW Pro vast overeenkomstig de tarieven genoemd en gepubliceerd in de richtlijnen van het Landelijk Overleg Kantonrechters;
- bepaalt dat deze uitspraak door verzoeker binnen 10 dagen na de verzenddatum zal worden bekendgemaakt in de Staatscourant en in de volgende dagbladen: het Haarlems Dagblad en de Telegraaf.
Deze beschikking is gegeven door mr. T.S. Pieters, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum, in aanwezigheid van de griffier.
De griffier, De kantonrechter,
Tegen deze beslissing kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.
a. door de verzoeker en degenen aan wie de griffier een afschrift van deze beschikking heeft verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.