ECLI:NL:RBHAA:2011:BR1194
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst wegens onvoldoende begeleiding bij disfunctioneren
De werknemer is sinds 2000 in dienst bij de werkgever en werkt als medewerkster financiën. Na een reorganisatie in 2010 veranderde haar functie en kreeg zij een nieuwe leidinggevende. Na zwangerschapsverlof hervatte zij haar werkzaamheden, maar er ontstonden zorgen over haar functioneren. De werkgever stelde dat de werknemer onvoldoende functioneerde en bood een verbetertraject aan, dat de werknemer niet wilde volgen. De werknemer meldde zich ziek en werd later vrijgesteld van werkzaamheden.
De werkgever verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens disfunctioneren en een verstoorde arbeidsrelatie. De werknemer betwistte dit en stelde dat zij onvoldoende begeleiding en training had ontvangen en dat de reorganisatie en nieuwe leidinggevende veranderingen met zich meebrachten die haar functioneren beïnvloedden. Daarnaast was zij gedeeltelijk arbeidsongeschikt geweest.
De kantonrechter oordeelde dat onvoldoende was gebleken dat de werkgever de werknemer tijdig en gericht had begeleid of trainingen had aangeboden om het functioneren te verbeteren. Ook was onvoldoende aangetoond dat de werknemer niet bereid was zich te ontwikkelen. Gezien de omstandigheden, waaronder de reorganisatie, het verlof en de ziekte, had de werknemer niet voldoende tijd gekregen om aan de eisen te voldoen.
Daarom concludeerde de rechtbank dat er geen gewichtige reden was om de arbeidsovereenkomst te ontbinden en wees het verzoek af. De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens onvoldoende begeleiding en onvoldoende bewijs van disfunctioneren.