ECLI:NL:RBHAA:2011:BR1353
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Betwisting huurbetaling na verkoop tankstation en rechtsgrond aanvulling
In deze zaak staat centraal de vraag wie de huurpenningen over het vierde kwartaal 2010 van een tankstation moet ontvangen na de verkoop van het pand. De verhuurder [Y.] had het tankstation verhuurd aan Demarol Retail Nederland B.V. en verkocht het vervolgens aan [A.]. Demarol betaalde de huur voor het vierde kwartaal 2010 aan [Y.] op 15 september 2010, terwijl [Y.] pas op 22 september 2010 aan Demarol bericht gaf over de verkoop aan [A.].
[A.] vordert betaling van de huurpenningen en incassokosten van Demarol, subsidiair van [Y.]. Demarol stelt dat zij bevrijdend heeft betaald aan de juiste partij en dat zij pas na betaling op de hoogte was van de verkoop. [Y.] betwist de vordering en stelt dat het bedrag onverschuldigd is betaald en verrekend.
De kantonrechter oordeelt dat Demarol inderdaad bevrijdend heeft betaald aan [Y.] en wijst de vordering tegen Demarol af. Ten aanzien van de subsidiaire vordering tegen [Y.] stelt de kantonrechter ambtshalve een rechtsgrond aan te vullen op grond van artikel 6:36 BW Pro, omdat [Y.] niet langer eigenaar was en dus geen recht had de huur te ontvangen. Partijen krijgen de gelegenheid hun standpunten hierover aan te passen, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Vordering tegen Demarol wordt afgewezen wegens bevrijdende betaling; beslissing op subsidiaire vordering tegen [Y.] aangehouden voor nadere behandeling.