ECLI:NL:RBHAA:2011:BR1470
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit WAO-uitkering wegens onjuiste adressering erfgenaam
De vader van eiseres, die een WAO-uitkering ontving, is op 5 juni 2006 overleden. Het UWV heeft de uitkering doorbetaald tot 1 maart 2008 vanwege gebrek aan kennis van het overlijden. Vervolgens vorderde het UWV het onverschuldigd betaalde bedrag terug van eiseres, een van de beneficiaire erfgenamen. Eiseres maakte bezwaar tegen deze terugvordering omdat zij als beneficiair erfgenaam niet persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld voor de schulden van haar vader.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 57 van Pro de WAO de terugvordering dient te worden gericht aan de uitkeringsgerechtigde of diens erfgenamen. Omdat de vader is overleden, had het besluit aan de erfgenamen gezamenlijk moeten worden gericht. Het besluit richtte zich echter onterecht aan eiseres persoonlijk, waardoor zij in haar privévermogen kan worden geraakt, hetgeen strijdig is met de bedoeling van de beneficiaire aanvaarding.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond en vernietigt het terugvorderingsbesluit voor zover het de terugvordering betreft. Het besluit tot toekenning van de proceskostenvergoeding blijft in stand. Tevens wordt het eerdere besluit van 17 juni 2010 herroepen en wordt het griffierecht vergoed. De uitspraak kan worden aangevochten bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het terugvorderingsbesluit wordt vernietigd omdat het onterecht aan een individuele erfgenaam is gericht in plaats van aan de erfgenamen gezamenlijk.