ECLI:NL:RBHAA:2011:BR3428
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijk geschil over premieplicht Nederlandse sociale verzekeringen varend personeel binnenvaartschip
Eiser werkte in 2003 als varend personeel op een binnenvaartschip dat voer op Europese binnenwateren, waaronder de Rijn. De kern van het geschil is of eiser onder de Nederlandse sociale verzekeringswetgeving valt en premieplichtig is, dan wel onder de Luxemburgse wetgeving, op grond van het Verdrag rijnvarenden en EU-verordeningen.
Eiser stelt dat hij in dienst was van een Luxemburgse onderneming die het schip exploiteert, en beroept zich op het gelijkheidsbeginsel en verklaringen van Luxemburgse autoriteiten. Verweerder stelt dat de Nederlandse wetgeving van toepassing is omdat de exploitant in Nederland gevestigd is en het schip een Nederlandse rijnvaartverklaring heeft.
De rechtbank concludeert dat geen van partijen voldoende bewijs heeft geleverd over het exploitantschap en de toepasselijke wetgeving. De Sociale Verzekeringsbank wordt niet als belanghebbende erkend. Omdat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig is voorbereid, vernietigt de rechtbank de uitspraak op bezwaar en draagt verweerder op nader onderzoek te doen en opnieuw te beslissen.
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser en wijst op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd met opdracht tot nader onderzoek en nieuwe beslissing.