ECLI:NL:RBHAA:2011:BR3951
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg uiterste wilsbeschikking bij onjuiste aanduiding huwelijkssituatie
De rechtbank Haarlem heeft in deze civiele zaak geoordeeld over de uitleg van de uiterste wilsbeschikking van een overleden persoon (erflater). De kernvraag betrof waarom erflater in zijn testament vermeldde dat hij met de gedaagde in de derde echt gehuwd was, terwijl dit volgens de wet niet juist was.
Eisers stelden dat de bewoordingen van de uiterste wilsbeschikking duidelijk waren en geen uitleg behoefden, en dat het deel dat betrekking had op de echtgenote verviel omdat er geen wettelijk huwelijk bestond. De rechtbank stelde echter vast dat de bewoordingen onduidelijk waren en dat uitleg noodzakelijk was op grond van artikel 4:46 BW Pro. De rechtbank concludeerde dat erflater, ondanks zijn kennis dat er geen wettelijk huwelijk bestond, de gedaagde toch als zijn echtgenote en erfgename wilde aanmerken.
De rechtbank verwierp de stelling van eisers dat er sprake was van misleiding of onwetendheid van erflater bij het opstellen van het testament. De notaris bevestigde dat erflater in staat was zijn wil te bepalen en het testament bewust had ondertekend. De rechtbank achtte het doel van de uiterste wilsbeschikking het verzorgen van de gedaagde als ware zij echtgenote, ondanks het ontbreken van een wettelijk huwelijk.
Ten slotte wees de rechtbank de vorderingen van eisers af en compenseerde de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eisers af en bevestigt dat de uiterste wilsbeschikking de gedaagde als erfgename aanmerkt ondanks het ontbreken van een wettelijk huwelijk.