ECLI:NL:RBHAA:2011:BR5361
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.W.S. de Groot
- Rechtspraak.nl
Vordering tot medehuurderschap wegens duurzame gemeenschappelijke huishouding
Eiser woont sinds 1998 met zijn gezin bij zijn moeder, de huurder van de woning, die na het overlijden van haar echtgenoot alleen is achtergebleven. Eiser verzoekt medehuurderschap, dat door verhuurder wordt geweigerd op grond van het ontbreken van een duurzame gemeenschappelijke huishouding en het feit dat de moeder veel in Turkije verblijft.
De kantonrechter oordeelt dat voldoende aannemelijk is dat de moeder haar hoofdverblijf in de woning heeft, mede gelet op getuigenverklaringen en het feit dat zij slechts maximaal drie maanden per jaar in Turkije verblijft. Ook is aannemelijk dat eiser en zijn moeder een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren, onder meer doordat zij samen de woning delen, gezamenlijke huishoudelijke taken verrichten en eiser de vaste lasten betaalt.
Verhuurder wordt toegelaten tot het leveren van tegenbewijs. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor het nemen van een akte en het eventueel aanwijzen van getuigen. Verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Vordering tot medehuurderschap wordt aangehouden en verhuurder toegelaten tot het leveren van tegenbewijs.