ECLI:NL:RBHAA:2011:BR6169
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking inkomensvoorziening Wet investeren in jongeren zonder wettelijke grondslag niet toegestaan
Eiseres ontving vanaf mei 2010 een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ). Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem trok deze voorziening per 26 augustus 2010 in wegens vermeende niet-medewerking aan een huisbezoek. Deze intrekking werd gebaseerd op artikel 40, derde lid, onder a, WIJ.
Eiseres betwistte de niet-medewerking en voerde aan dat artikel 40, derde lid, WIJ niet van toepassing is op haar situatie, omdat deze bepaling alleen ziet op de inlichtingenplicht jegens het UWV en niet op het college. De rechtbank oordeelde dat het college dit standpunt tijdens de zitting onderschreef en dat de intrekking geen wettelijke grondslag heeft.
De rechtbank verwees naar de systematiek van de WIJ, waarin het recht op inkomensvoorziening is gekoppeld aan het recht op een werkleeraanbod (WLA). Intrekking van de inkomensvoorziening kan alleen plaatsvinden als het werkleeraanbod wordt ingetrokken of herzien op grond van artikel 21 WIJ Pro. Nu er geen werkleeraanbod was ingetrokken, kon de inkomensvoorziening niet worden ingetrokken.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, herroept het besluit van 27 augustus 2010 en veroordeelde het college tot vergoeding van de door eiseres gemaakte kosten in bezwaar en beroep, alsmede het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de inkomensvoorziening wordt vernietigd wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag.