ECLI:NL:RBHAA:2011:BR6286
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen toerekening kwade trouw adviseur bij onzuivere pensioenregeling en vernietiging navorderingsaanslagen
Eiseres kreeg navorderingsaanslagen IB/PVV opgelegd voor de jaren 2002, 2003 en 2004 vanwege een onzuivere pensioenregeling die in 2003 werd overeengekomen. Verweerder stelde dat eiseres te kwader trouw was bij het doen van de aangifte over 2003, omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden voor een zuivere pensioenregeling, met name het niet bezitten van een minimaal 10% belang in de vennootschap op het moment van de pensioenregeling.
De rechtbank stelde vast dat de pensioenregeling pas in 2003 tot stand kwam en dat eiseres op dat moment niet aan de voorwaarden voldeed voor een zuivere pensioenregeling. De ontheffing van de Pensioen- en Verzekeringskamer werd pas in 2010 verleend en kon niet met terugwerkende kracht worden toegepast. De pensioenregeling moest daarom als onzuiver worden aangemerkt en de aanslagen over 2002 werden vernietigd.
Echter, de rechtbank oordeelde dat eiseres niet te kwader trouw was bij het doen van de aangifte over 2003. De adviseur die de aangifte verzorgde had geen wetenschap van de onzuiverheid en deze toerekening van kwade trouw aan eiseres kon niet worden gemaakt. Daarom werd ook de navorderingsaanslag over 2003 vernietigd. Voor 2004 werd de aanslag verminderd op basis van een correcte vaststelling van de ingangsdatum van de dienstbetrekking en het resultaat uit overige werkzaamheden.
Het pensioenrecht werd door de rechtbank aangemerkt als een levensverzekering zoals bedoeld in de Wet IB 2001 en valt na het verlaten van de loonsfeer onder de terbeschikkingstellingsregeling. De rechtbank veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiseres en bepaalde dat de uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen IB/PVV 2002 en 2003 worden vernietigd wegens ontbreken kwade trouw en de aanslag 2004 wordt verminderd.