ECLI:NL:RBHAA:2011:BT1676
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.E. Heyning-Huydecoper
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens ontbreken geldige verblijfstitel ondanks beroep op artikel 8 EVRM
Eisers, met de Irakese nationaliteit, hadden een verblijfsvergunning die definitief werd afgewezen en beschikten vanaf juni 2010 niet meer over een geldige verblijfstitel. Verweerder beëindigde en trok de Wwb-uitkering in en vorderde ten onrechte uitgekeerde bijstand terug. Eisers voerden aan dat de intrekking in strijd was met artikel 8 EVRM Pro vanwege hun kwetsbare situatie en het ontbreken van een fair balance, mede omdat zij maanden zonder inkomen zaten.
De rechtbank oordeelde dat eisers geen recht hadden op bijstand omdat zij niet voldeden aan de verblijfsvereisten van de Wwb, en dat de koppelingsregeling van artikel 16 Wwb Pro hierop van toepassing was. Hoewel eisers rechtmatig verblijf hadden op basis van uitstel van vertrek en zij als kwetsbare personen bescherming verdienen onder artikel 8 EVRM Pro, rustte de positieve verplichting op het COA als uitvoerder van voorliggende voorzieningen zoals opvang en leefgeld.
De rechtbank stelde vast dat het feit dat eisers niet eerder leefgeld hadden aangevraagd voor eigen rekening kwam. De intrekking en terugvordering van de uitkering werden daarom als rechtmatig beoordeeld. Ook de invordering werd niet inhoudelijk bestreden en er was geen verzoek tot kwijtschelding. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.