ECLI:NL:RBHAA:2011:BT1679
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.E. Heyning-Huydecoper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op voorzieningen Wwb en Wmo ondanks beroep op artikel 8 EVRM
Eisers hebben op 15 december 2010 een spoedaanvraag ingediend bij het COA voor voorzieningen op grond van de Regeling Verstrekkingen Asielzoekers (RvA) en tegelijkertijd een verzoek tot voorzieningen en ondersteuning op basis van de Wwb en Wmo bij verweerder ingediend. Verweerder verwees hen bij besluit van 17 december 2010 naar het COA, wat in bezwaar werd gehandhaafd.
De rechtbank stelt vast dat eisers met toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet uitstel van vertrek is verleend, waardoor zij rechtmatig verblijf hebben in de zin van die wet. Voor de toepassing van de Wwb en Wmo is echter geen sprake van rechtmatig verblijf, zodat zij geen aanspraak kunnen maken op ondersteuning op grond van deze wetten.
Eisers beroepen zich op artikel 8 EVRM Pro en stellen dat verweerder de passendheid en toereikendheid van de voorliggende voorziening (de RvA via het COA) had moeten onderzoeken en zonodig compenseren. De rechtbank erkent de kwetsbare positie van eisers vanwege ernstige psychische klachten en het recht op bescherming van hun privé- en gezinsleven. Dit leidt echter niet tot een verplichting voor verweerder om buiten de wettelijke kaders extra ondersteuning te bieden.
De rechtbank wijst erop dat het COA als bestuursorgaan verantwoordelijk is voor de uitvoering van de RvA en de opvang van asielzoekers, waaronder ook personen met uitstel van vertrek. Eisers ontvangen reeds leefgeld en opvang via het COA. De rechtbank oordeelt dat de positieve verplichting van de staat om artikel 8 EVRM Pro te respecteren in deze situatie rust op het COA en niet op verweerder.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de verwijzing naar het COA voor voorzieningen op grond van de Wwb en Wmo wordt ongegrond verklaard.