ECLI:NL:RBHAA:2011:BT1968
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.E. Patijn
- A.C.M. Rutten
- B.A.A. Daino-Postma
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen opzettelijke invoer cocaïne wegens onvoldoende bewijs
Op 14 april 2011 werd een hoeveelheid cocaïne via Schiphol Nederland binnengebracht door een koerier afkomstig uit Curaçao. Verdachte werd aangehouden nadat hij de koerier op Schiphol had ontmoet en samen met hem handelingen verrichtte zoals het kopen van treinkaartjes. Verdachte ontkende kennis te hebben van de cocaïne en verklaarde alleen zijn neef te hebben opgehaald.
Tijdens de zitting herhaalde verdachte zijn verklaring dat hij niet wist van de drugs en slechts de koerier kwam ophalen. De koerier verklaarde dat verdachte zijn neef is en niet de afhaler van de drugs. Uit het dossier bleek dat zij elkaar al kenden van eerdere ontmoetingen op Curaçao. De rechtbank oordeelde dat het niet overtuigend kon worden vastgesteld dat verdachte wist van de drugs of bewust de kans aanvaardde om deze op te halen.
De rechtbank concludeerde dat de tenlastelegging niet wettig en overtuigend bewezen was en sprak verdachte vrij. Tevens werd bepaald dat de in beslag genomen telefoontoestellen aan verdachte worden teruggegeven.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij wist van de invoer van cocaïne.