ECLI:NL:RBHAA:2011:BT2740
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vertrouwensbeginsel faalt niet bij navordering belastingaanslag 2004
Eiser, eigenaar van een pand dat deels werd verhuurd, diende aangiften inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) in over de jaren 2001 tot en met 2004. Verweerder legde aanslagen op conform deze aangiften, maar stelde later de waardering van het pand per 1 januari 2001 ter discussie op basis van taxatierapporten van de belastingdienst.
Eiser beriep zich op het vertrouwensbeginsel omdat verweerder jarenlang de door hem opgegeven waarde had gevolgd en pas in 2008 de waardering betwistte. De rechtbank oordeelde dat verweerder door het opleggen van de aanslag IB/PVV 2003 zonder correctie het gerechtvaardigde vertrouwen bij eiser had gewekt dat de waarde van het pand per 1 januari 2001 was vastgesteld op € 1.772.012.
Verweerder stelde dat eiser te kwader trouw was omdat hij moest weten dat de opgegeven waarde te hoog was, maar de rechtbank vond dit niet bewezen. De verschillen in taxaties en de verklaringen van eiser maakten aannemelijk dat hij te goeder trouw handelde. Daarom werden de beroepen van eiser gegrond verklaard, de aanslag en navorderingsaanslag 2004 vernietigd en verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De aanslag en navorderingsaanslag IB/PVV 2004 worden vernietigd vanwege schending van het vertrouwensbeginsel.