ECLI:NL:RBHAA:2011:BU3003
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- L. Beijen
- G. Guinau
- C.E. Heyning-Huydecoper
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks betwisting bewijs en financiële situatie
Op 2 april 2009 constateerden inspecteurs van de Arbeidsinspectie dat vier vreemdelingen werkzaamheden verrichtten in een woning zonder te beschikken over een tewerkstellingsvergunning. De minister legde aan eiser een boete van €16.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
Eiser voerde aan dat het bewijs onrechtmatig was verkregen en dat sprake was van een schending van artikel 8 EVRM Pro. Daarnaast stelde hij dat de werkzaamheden geen arbeid in de zin van de Wav waren, omdat het ging om hulp van goede bekenden zonder gezagsverhouding of beloning. Ook wees eiser op zijn slechte financiële situatie als reden voor matiging van de boete.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs rechtmatig was verkregen met een geldige machtiging tot binnentreden en dat het recht op een ongestoord privéleven niet was geschonden. De verrichte werkzaamheden werden aangemerkt als reële en daadwerkelijke arbeid, waardoor eiser als werkgever in de zin van de Wav kon worden beschouwd. De financiële situatie van eiser vormde geen reden tot matiging, mede omdat de boete niet de oorzaak was van zijn situatie en een betalingsregeling was aangeboden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot matiging af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de boete van €16.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen.