ECLI:NL:RBHAA:2011:BU3787
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontruimingsvordering wegens ontbreken verhuurderschap na economische overdracht bedrijfsruimte
In deze zaak vordert eiser ontruiming van een bedrijfsruimte en betaling van achterstallige huur van gedaagde 1 en gedaagde 2. Eiser stelt dat het verhuurderschap in 1994 op hem is overgegaan door economische overdracht van het pand, waardoor de indeplaatsstelling van gedaagde 2 niet tegen hem kan worden ingeroepen.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 7:226 BW Pro de rechten en verplichtingen uit de huurovereenkomst alleen overgaan bij levering of vestiging van een zakelijk recht. Een loutere economische overdracht is onvoldoende om het verhuurderschap over te dragen. Omdat geen levering of cessie met mededeling aan gedaagde 1 is gebleken, kan eiser niet als verhuurder worden aangemerkt.
De aanwijzing van eiser als verhuurder in een suppletieovereenkomst in 2010 wordt niet als bewijs van verhuurderschap gezien, maar als een regeling voor controle na ontdekking van een hennepplantage. De rechtbank concludeert dat eiser slechts als belangenbehartiger van de eigenaar [AAA] optreedt.
Daarom wordt de vordering tot ontruiming afgewezen en de proceskosten aan eiser opgelegd. Het indeplaatsstellingsvonnis tegen de rechtmatige verhuurder [AAA] blijft van kracht, zodat gedaagde 2 als huurder wordt beschouwd totdat een geldige overdracht plaatsvindt.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming en betaling van achterstallige huur wordt afgewezen omdat eiser niet als verhuurder kan worden aangemerkt.