ECLI:NL:RBHAA:2011:BU3802
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Snitker
- J.M. Sassenburg
- A.C. Bordes
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak opzet invoer cocaïne, schuld voor onvoorzichtigheid en drie maanden hechtenis
Verdachte werd verdacht van het opzettelijk invoeren van ongeveer 1.713 gram cocaïne via Schiphol. Tijdens de douanecontrole werden in zijn handbagage zakken met snoepjes aangetroffen die cocaïne bevatten. Verdachte verklaarde dat hij deze snoepjes niet kende en dat ze buiten zijn medeweten in zijn bagage waren gekomen. De rechtbank achtte het opzet niet bewezen omdat verdachte consistent en geloofwaardig had verklaard dat hij niet wist van de cocaïne en geen motief had om deze in te voeren.
Wel stelde de rechtbank vast dat verdachte onvoldoende zorg had gedragen voor zijn handbagage, mede doordat hij tijdens de vlucht van zitplaats wisselde zonder zijn bagage mee te nemen en deze niet controleerde. Dit leidde tot schuld aan het feit van invoer van verdovende middelen. Gezien de hoeveelheid cocaïne en de ernst van het feit, vond de rechtbank een vrijheidsstraf passend.
Verdachte werd veroordeeld tot drie maanden hechtenis, met aftrek van voorarrest. De rechtbank hield rekening met het feit dat verdachte niet eerder voor de Opiumwet was veroordeeld en nam het reclasseringsrapport mee in de strafbepaling. De tenlastelegging van opzet werd verworpen, maar het subsidiaire feit van schuld werd bewezen verklaard.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van opzet en veroordeeld tot drie maanden hechtenis wegens schuld door onvoorzichtigheid met handbagage.