ECLI:NL:RBHAA:2011:BU3950
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schorsing van executeur in nalatenschap wegens wantrouwen en slechte verstandhouding
De zaak betreft een verzoek tot ontslag van een executeur in een nalatenschap, ingediend door de geregistreerd partner van de overledene, die zich als erfgenaam op basis van een eerder testament beschouwt. De executeur wordt verweten zijn taak niet naar behoren te vervullen en informatie te weigeren aan de verzoekster en andere belanghebbenden.
De kantonrechter oordeelt dat het verzoek bevoegd is omdat de nietigheid van het laatste testament is ingeroepen, waardoor het eerdere testament van toepassing is waarin verzoekster als erfgenaam is benoemd. Er is sprake van ernstige wantrouwen en een slechte verstandhouding tussen verzoekster en executeur, mede veroorzaakt door de betrokkenheid van de executeur bij het opstellen van het laatste testament.
Hoewel de executeur niet wordt ontslagen, wordt hij geschorst totdat de procedure over het testament is afgerond. Tijdens de schorsing wordt een derde, I. Rees van Omnyacc GoesDeen, benoemd als tijdelijke executeur. Proceskosten worden verdeeld zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De executeur wordt geschorst en een tijdelijke executeur benoemd totdat de procedure over het testament is afgerond.