ECLI:NL:RBHAA:2011:BU4519
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- J.J. Dubois
- Rechtspraak.nl
Weigering voorlopige voorziening wegens onduidelijkheid over beëindiging arbeidsovereenkomst
Werknemer was sinds 1 januari 2006 in dienst bij Nebur B.V. en voerde onderhandelingen over een minderheidsbelang in het bedrijf. Op 11 augustus 2011 vond een gesprek plaats waarin werknemer zijn kantoorsleutels en creditcard op het bureau legde en vertrok. Werkgever stelde dat werknemer zelf de arbeidsovereenkomst had beëindigd, terwijl werknemer dit betwistte en stelde dat werkgever de overeenkomst eenzijdig had beëindigd zonder zijn instemming.
Werknemer vorderde in kort geding betaling van salaris vanaf 1 september 2011 tot het rechtsgeldig einde van de arbeidsovereenkomst. Werkgever verweerde zich met verklaringen van medewerkers en familie dat werknemer zelf had opgezegd. De kantonrechter oordeelde dat werknemer onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de arbeidsovereenkomst na 1 september 2011 voortduurde.
De kantonrechter wees de gevorderde voorlopige voorziening af en veroordeelde werknemer tot betaling van de proceskosten. De arbeidsovereenkomst werd geacht niet met wederzijds goedvinden of op initiatief van werknemer te zijn beëindigd, maar dit was onvoldoende bewezen om betaling van salaris af te dwingen.
Uitkomst: De gevorderde voorlopige voorziening wordt geweigerd omdat onvoldoende aannemelijk is dat de arbeidsovereenkomst na 1 september 2011 voortduurde.