ECLI:NL:RBHAA:2011:BU4782
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag na bedrijfseconomische opzegging
Eiser was bijna twee jaar in dienst bij gedaagde als manager Business Development toen de arbeidsovereenkomst op bedrijfseconomische gronden werd opgezegd. Hoewel het UWV toestemming had verleend, stelde eiser dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege een valse reden, de wijze van opzegging en het ontbreken van compensatie.
De kantonrechter beoordeelde dat de reden voor ontslag niet onjuist was, maar dat gedaagde zich niet als goed werkgever had gedragen. Dit bleek uit het onverwacht en rücksichtslos op non-actief stellen van eiser en het niet tijdig informeren over het onderzoek naar vermeend wissen en kopiëren van bedrijfsgegevens. Ook het ontbreken van financiële voorzieningen voor eiser, terwijl een andere medewerker wel werd begeleid, maakte het ontslag kennelijk onredelijk.
De kantonrechter wees de vordering tot vergoeding van juridische kosten af, maar kende eiser een schadevergoeding van €25.000 bruto toe, rekening houdend met diens leeftijd, dienstverbandduur, en kansen op de arbeidsmarkt. De vordering van gedaagde tot teruggave van een USB-stick werd afgewezen omdat deze leeg bleek te zijn. De proceskosten werden aan gedaagde opgelegd.
Uitkomst: Gedaagde is veroordeeld tot betaling van €25.000 bruto schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag.