ECLI:NL:RBHAA:2011:BU6539
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkstelling bestuurder voor vennootschapsbelasting na aandelenoverdracht en verliescompensatie
Eiser was enig aandeelhouder en bestuurder van een BV die een onderneming in tuinbouwproducten dreef, welke in 2000 werd verkocht. De BV had een herinvesteringsreserve (hir) gevormd uit de boekwinst op onroerend goed. In 2004 droeg eiser zijn aandelen over aan een derde, waarbij een recht op levering van appartementen en een lening aan eiser als activa werden opgenomen. De BV deed geen aangifte vennootschapsbelasting 2004, waarop een ambtshalve aanslag werd vastgesteld.
Verweerder stelde eiser aansprakelijk voor de onbetaalde vennootschapsbelasting op grond van artikel 40 Invorderingswet Pro 1990. Eiser betwistte de aansprakelijkheid en voerde onder meer aan dat niet aan alle voorwaarden was voldaan, dat hij zich op disculpatie kon beroepen, en dat verliescompensatie toegepast moest worden. De rechtbank oordeelde dat de lening aan eiser als belegging moest worden aangemerkt en dat het vermogen van de BV buiten normale bedrijfsvoering was verminderd door de waardevermindering van deze lening na het faillissement van de koper.
De rechtbank verwierp het beroep op disculpatie omdat eiser onvoldoende had aangetoond dat hij niet behoorde te beseffen dat de verhaalsmogelijkheden van de fiscus werden aangetast. Tevens werd het beroep op niet-toerekening van heffingsrente afgewezen. Wel werd het beroep gegrond verklaard voor zover het bedrag van de aansprakelijkheid werd verminderd met verliescompensatie en de heffingsrente. De proceskosten werden aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De aansprakelijkstelling van eiser wordt verminderd tot € 97.806 wegens verliescompensatie en vermindering van heffingsrente; het beroep wordt gegrond verklaard.