ECLI:NL:RBHAA:2011:BU9857
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Koole
- M.H.L.C. Bijvoet
- A.E. Keulemans
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid aandeelhouder voor vennootschapsbelasting na aandelenoverdracht met herinvesteringsreserve
Eiser was enig bestuurder en aandeelhouder van een BV die in 2004 aandelen overdroeg aan een andere vennootschap, waarbij een herinvesteringsreserve (hir) speelde. De BV had een vordering op eiser en een recht op levering van onroerende zaken, waarvan de levering niet heeft plaatsgevonden. Verweerder stelde eiser aansprakelijk voor onbetaalde vennootschapsbelasting over 2004 op grond van artikel 40 Invorderingswet Pro 1990.
Eiser voerde aan dat hij niet aansprakelijk was of slechts tot een lager bedrag, onder meer wegens schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur, niet voldaan aan voorwaarden artikel 40 Iw Pro, en beroep op disculpatie. De rechtbank oordeelde dat eiser houder was van meer dan een derde deel van de aandelen en dat de lening aan eiser als belegging moest worden aangemerkt, waardoor aan de voorwaarden van artikel 40 Iw Pro was voldaan.
De rechtbank verwierp het beroep op disculpatie omdat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat hij niet had behoren te beseffen dat de verhaalsmogelijkheden van de fiscus werden aangetast. De aanslag werd verminderd omdat de herinvesteringsreserve reeds in 2004 was vrijgevallen en het belastbaar bedrag lager moest worden vastgesteld. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser. Het beroep werd gegrond verklaard en de aansprakelijkstelling verminderd tot € 66.957.
Uitkomst: Eiser is aansprakelijk gesteld voor vennootschapsbelasting 2004, maar het bedrag is verminderd tot € 66.957 en verweerder is veroordeeld in de proceskosten.