ECLI:NL:RBHAA:2011:BV0024
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen verkeersboete op grond van Wahv
Eiser heeft een verkeersboete opgelegd gekregen op grond van de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) en heeft hiertegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. Nadat de officier van justitie niet tijdig op het beroep heeft beslist, heeft eiser een ingebrekestelling gestuurd en vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank bestuursrecht.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:5 Awb Pro geen beroep openstaat tegen besluiten op grond van de Wahv. Dit betekent dat de rechtbank niet bevoegd is om het beroep van eiser te behandelen. Ook het niet tijdig nemen van een besluit op grond van de Wahv wordt aangemerkt als een besluit waartegen geen beroep openstaat bij de bestuursrechter.
Eiser heeft aangevoerd dat de artikelen 4:17 tot en met 4:20 Awb niet zijn uitgesloten, maar dit verandert niets aan de onbevoegdheid van de rechtbank. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken en benadrukt dat zij slechts bevoegdheid toetst en niet de inhoud van het beroep. Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd om op het beroep van eiser te beslissen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen de verkeersboete op grond van de Wahv.