ECLI:NL:RBHAA:2011:BV0181
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Sassenburg
- S. Jongeling
- G. Demmink
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijke invoer van ruim 1,3 kilogram cocaïne te Schiphol
De rechtbank Haarlem heeft op 23 december 2011 uitspraak gedaan in een zaak tegen een verdachte die op 10 oktober 2011 te Schiphol een hoeveelheid van ruim 1,3 kilogram cocaïne opzettelijk het Nederlandse grondgebied heeft binnengebracht. De verdachte werd verdacht van het overtreden van het verbod op invoer van verdovende middelen zoals opgenomen in de Opiumwet.
Tijdens het onderzoek voerde de raadsman van verdachte aan dat het verhoor voor inverzekeringstelling onrechtmatig was omdat verdachte niet in zijn moedertaal Papiamento werd gehoord en geen tolk in die taal kreeg, wat volgens hem een schending van artikel 6 EVRM Pro en artikel 14 BUPO Pro betekende. De rechtbank verwierp dit verweer omdat verdachte tijdens het verhoor aangaf de Nederlandse taal wel te begrijpen als er rustig werd gesproken en dat het verhoor coherent en in vraag-antwoordstijl was verlopen.
De bewezenverklaring was gebaseerd op het proces-verbaal van verhoor, het proces-verbaal van aanhouding en bevindingen, het deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut en de bekennende verklaring van verdachte. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit had begaan.
De rechtbank oordeelde dat het feit strafbaar was en dat geen omstandigheden waren die strafbaarheid uitsloten. Gezien de aard en ernst van het feit, de hoeveelheid cocaïne en de omstandigheden waaronder het feit was gepleegd, legde de rechtbank een gevangenisstraf van tien maanden op, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis had doorgebracht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf voor het opzettelijk invoeren van ruim 1,3 kilogram cocaïne.