ECLI:NL:RBHAA:2011:BV0245
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A.C. Terwiel-Kuneman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking WWB-uitkering en vergoeding proceskosten
Eiser had bezwaar gemaakt tegen de ingangsdatum van zijn WWB-uitkering en tegen de intrekking van deze uitkering per 18 augustus 2011. De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte geen beslissing heeft genomen op het verzoek om vergoeding van proceskosten in bezwaar. Daarom wordt het beroep op dat punt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. De voorzieningenrechter wijst zelf de proceskostenvergoeding toe aan eiser en veroordeelt verweerder tot betaling van in totaal € 874,-- voor zowel bezwaar als beroep, alsmede het griffierecht van € 41,--.
Inhoudelijk is de intrekking van de WWB-uitkering per 18 augustus 2011 terecht omdat eiser vanaf die datum niet meer zijn hoofdverblijf in de gemeente had. Dit is vastgesteld aan de hand van concrete feiten en omstandigheden, waaronder het verblijf bij het Leger des Heils en het feit dat eiser niet heeft voldaan aan de eis om het hoofdverblijf binnen de gemeente te houden. Het beroep is op dit punt ongegrond.
De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor een voorlopige voorziening. Het verzoek daartoe wordt afgewezen. De uitspraak vervangt het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit en bevestigt de overige onderdelen.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Beroep gegrond voor proceskostenvergoeding, ongegrond voor intrekking WWB-uitkering per 18 augustus 2011.