ECLI:NL:RBHAA:2011:BV0251
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening wegens ontbreken gezamenlijke huishouding WWB
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), welke door het college van burgemeester en wethouders van Purmerend is afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op het standpunt dat er sprake zou zijn van een gezamenlijke huishouding, hetgeen een belemmering vormt voor de toekenning van de uitkering.
De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat verzoeker en de betrokkene hun hoofdverblijf delen, maar dat er onvoldoende wederzijdse zorg is om te spreken van een gezamenlijke huishouding. Hoewel de betrokkene verzoeker opvang en onderdak biedt, is de wederkerigheid niet aannemelijk gemaakt. Kleine hulpjes van verzoeker zijn onvoldoende om dit te compenseren.
Daarnaast is het verzoeker aan te rekenen dat een gepland huisbezoek door medewerkers van verweerder niet heeft plaatsgevonden, ondanks gemaakte afspraken en ruime wachttijd. Verzoeker heeft dit niet gemotiveerd weersproken of aannemelijk gemaakt dat hem dit niet kan worden verweten.
Op grond van deze overwegingen wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van gezamenlijke huishouding en het niet nakomen van het huisbezoek.