ECLI:NL:RBHAA:2011:BV1105

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
22 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 11/6193
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:1 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:71 AwbArt. 1:3 AwbArt. 47 Wet op het consumentenkrediet
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in zaak schuldbemiddeling gemeente

Eiseres verzocht de gemeente Haarlem om een regeling van haar schulden. De gemeente wees dit verzoek op 26 mei 2011 af en informeerde eiseres over de mogelijkheid tot bezwaar bij een geschillencommissie. Eiseres maakte bezwaar en stelde vervolgens beroep in wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar.

De rechtbank oordeelde dat het verzoek tot schuldbemiddeling door de gemeente niet berust op een publiekrechtelijke grondslag, maar op een civielrechtelijke bevoegdheid. Schuldbemiddeling is niet exclusief voorbehouden aan bestuursorganen, maar kan ook door particuliere instellingen worden uitgevoerd. Hierdoor betreft de afwijzing geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Daarom is de bestuursrechter onbevoegd om kennis te nemen van het beroep. De rechtbank wees erop dat eiseres haar vordering kan richten tot de burgerlijke rechter, die bevoegd is in zaken omtrent schuldsanering. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter J.F. Miedema op 22 december 2011.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en verwijst eiseres naar de burgerlijke rechter.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector bestuursrecht
zaaknummer: AWB 11 / 6193
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2011
in de zaak van:
[naam eiseres],
wonende te [woonplaats],
eiseres,
gemachtigde: mr. S. Faber, advocaat te Haarlem,
tegen:
het college van burgmeester en wethouders van Haarlem,
verweerder.
1. Procesverloop
1.1 Verweerder heeft op 26 mei 2011 aan eiseres meegedeeld dat haar verzoek om regeling van haar schulden wordt afgewezen. Daarbij heeft verweerder opgemerkt dat zij binnen acht weken bezwaar kan maken bij verweerders geschillencommissie schuldhulpverlening.
1.2 Eiseres heeft bij brief van 6 juni 2011 bezwaar ingediend.
1.3 Eiseres heeft bij brief van 22 november 2011 beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een beslissing op het bezwaar.
2. Overwegingen
2.1 De rechtbank ziet aanleiding om in het onderhavige geval met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), uitspraak te doen zonder voorafgaande behandeling ter zitting en overweegt hiertoe het volgende.
2.2 Ingevolge artikel 8:1, eerste lid, van de Awb kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de rechtbank.
2.3 Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Awb wordt onder besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
2.4 Uit de artikelen 47 en 48 van de Wet op het consumentenkrediet blijkt dat schuldbemiddeling is verboden, tenzij het gaat om schuldbemiddeling:
a. om niet;
b. door gemeenten, gemeentelijke kredietbanken of andere door gemeente gehouden instellingen, die zich krachtens hun doelstelling met schuldbemiddeling bezighouden;
c. door advocaten, curatoren en bewindvoerders ingevolge de Faillissementswet aangesteld, notarissen, deurwaarders, registeraccountants en accountants-administratieconsulenten;
d. door natuurlijke personen of rechtspersonen, dan wel categorieën daarvan, aan te wijzen bij algemene maatregel van bestuur.
2.5 Verweerder heeft met de brief van 26 mei 2011 het verzoek van eiseres om regeling van haar schulden afgewezen. Uit de hiervoor weergegeven regelgeving blijkt dat de bevoegdheid tot schuldbemiddeling niet berust op een publiekrechtelijke grondslag, dat wil zeggen op een grondslag speciaal voor het openbaar bestuur bij of krachtens de wet geschapen. Immers schuldbemiddeling is niet slechts voorbehouden aan het openbaar bestuur, nu de bevoegdheid tot schuldbemiddeling krachtens het burgerlijk recht ook door daartoe aangewezen niet- bestuursorganen kan worden toegepast.
2.6 Verweerder was dus in het kader van zijn hoedanigheid als schuldbemiddelaar bevoegd het verzoek van eiseres om regeling van haar schulden al dan niet in te willigen. Er is derhalve geen sprake van een besluit in de zin van de Awb, in die zin dat sprake is van een publiekrechtelijke rechtshandeling. Gelet hierop kan ingevolge het bepaalde in artikel 8:1 van Pro de Awb geen beroep worden ingesteld bij de bestuursrechter. Evenmin is de regelgeving omtrent het niet tijdig beslissen zoals vervat in de Awb hier van toepassing, of is de bestuursrechter bevoegd daarover een oordeel te geven.
2.7 De rechtbank is dan ook van oordeel de bestuursrechter onbevoegd is, en dat een eventuele vordering kan worden ingesteld bij de burgerlijke rechter die in dit kader van de schuldsanering als bevoegde rechter moet worden aangewezen.
2.8 Voor een proceskostenveroordeling zijn geen termen aanwezig.
3. Beslissing
De rechtbank:
- verklaart zich onbevoegd;
- wijst eiseres ingevolge artikel 8:71, Awb erop dat zij een vordering bij de burgerlijke rechter kan instellen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F. Miedema, rechter, en op 22 december 2011 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. A. Buiskool, griffier.
afschrift verzonden op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij deze rechtbank.
Het verzet dient gedaan te worden door het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.