ECLI:NL:RBHAA:2011:BV1131
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. Guinau
- J.M. Janse van Mantgem
- L. Beijen
- Rechtspraak.nl
Aanhouding bestuursrechtelijke procedure in afwachting prejudiciële vragen Sturgeon-arrest
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft eiseres, Transavia Airlines Holland B.V., verzocht om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ) naar aanleiding van het Sturgeon-arrest van 19 november 2009. Dit arrest verplicht luchtvaartmaatschappijen om compensatie te betalen aan passagiers bij langdurige vertraging van drie uur of meer.
De rechtbank erkent dat het Sturgeon-arrest helder is, maar dat de rechtsgeldigheid ervan ter discussie staat, onder meer vanwege vermeende strijdigheid met het IATA-arrest, het Verdrag van Montreal en de Europese wetgeving. Omdat andere rechterlijke instanties al prejudiciële vragen hebben gesteld, acht de rechtbank het passend de procedure aan te houden totdat het HvJ hierover uitspraak doet.
De rechtbank overweegt dat het wachten op het HvJ-antwoord duidelijkheid zal scheppen over de toepasselijkheid van het Sturgeon-arrest. Dit voorkomt onnodige bestuursdwang en mogelijke terugvorderingen van compensatiebedragen indien het arrest niet standhoudt. Daarom wordt het onderzoek heropend en de procedure aangehouden in afwachting van het HvJ-arrest.
Uitkomst: De rechtbank houdt de procedure aan in afwachting van de prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie over het Sturgeon-arrest.