ECLI:NL:RBHAA:2011:BV2537
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen
De rechtbank Haarlem behandelde het beroep van eiser tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (ib/pvv) over de jaren 2003 en 2005. Verweerder had aanslagen opgelegd op basis van een boekenonderzoek en gesprekken met eiser, waarin eiser verklaarde inkomsten te hebben uit diefstal, oplichting en venten. De rechtbank onderzocht of de aanslagen tijdig en rechtmatig waren opgelegd en of eiser naast uitkeringen ook andere inkomsten had.
De rechtbank oordeelde dat de navorderingsaanslag 2003 niet volledig aannemelijk was onderbouwd, met name omdat er geen vermogensvergelijking voor dat jaar was en eiser niet had toegegeven andere inkomsten te hebben genoten. Daarom werd deze aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van € 9.657. Voor 2005 was voldoende aannemelijk gemaakt dat eiser naast uitkeringen ook andere inkomsten had, ondersteund door een vermogensvergelijking en een door de boekhouder ingediende aangifte met winst uit onderneming. De aanslag 2005 werd daarom gehandhaafd.
Verder stelde eiser dat verweerder onrechtmatig had gehandeld door geen wettelijke grondslag te vermelden en door het opleggen van een navorderingsaanslag ter behoud van rechten. De rechtbank verwierp deze stellingen en oordeelde dat verweerder binnen zijn bevoegdheid had gehandeld. Ook het standpunt dat eiser voorafgaand aan het gesprek een cautie had moeten krijgen werd afgewezen omdat geen bestuurlijke boete was opgelegd.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser en gaf aan dat tegen deze uitspraak hoger beroep mogelijk is bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De navorderingsaanslag 2003 wordt verminderd en deels vernietigd, de aanslag 2005 wordt gehandhaafd.