ECLI:NL:RBHAA:2011:BV3588
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonheffing bij escortbureau en dienstbetrekkingen escortdames en chauffeurs
Eiseres runt een escortbureau en verweerder legde haar een naheffingsaanslag loonheffing op over de periode 2002-2004, gebaseerd op een boekenonderzoek. De kern van het geschil betreft de vraag of er sprake is van dienstbetrekkingen tussen eiseres en de escortdames en chauffeurs, en de hoogte van de aanslag.
De rechtbank stelt vast dat telkens als een escortdame een dienst verleent aan een klant, een dienstbetrekking ontstaat tussen eiseres en de dame, alsmede tussen eiseres en de chauffeurs (behalve de echtgenoot). Dit volgt uit de gezagsverhouding, de verplichting tot persoonlijke dienstverlening en de loonbetalingsverplichting. Het feit dat de dames niet gedwongen kunnen worden tot bepaalde seksuele handelingen doet hieraan niet af.
De rechtbank oordeelt dat de door verweerder gehanteerde schatting van de lonen redelijk is, mede omdat eiseres geen volledige administratie bijhield en het bewijsrisico daarom bij haar ligt. Ook het beroep op de opting-in regeling faalt omdat die regeling niet gold in de betreffende jaren. Ten aanzien van de heffingsrente wordt geoordeeld dat het langdurige boekenonderzoek onvoldoende grond geeft om de rente te verminderen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag en heffingsrente blijven in stand. De rechtbank legt geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag loonheffing en heffingsrente blijven in stand.