ECLI:NL:RBHAA:2011:BV6114
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.A. van Dijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding wegens verjaring na samenwerking reisbureau
De zaak betreft een vordering van eiser [X.] tegen gedaagde [Z.] tot betaling van €5.000,- schadevergoeding wegens een toerekenbare tekortkoming in een samenwerkingsovereenkomst uit 2001-2002.
[X.] had geïnvesteerd in het door [Z.] geëxploiteerde reisbureau dat religieuze reizen organiseerde. De samenwerking werd in februari 2002 verbroken omdat [Z.] geen inzage gaf in de boekhouding en geen betalingen deed. [X.] stelde dat de vordering tot schadevergoeding toen ontstond.
De rechtbank oordeelt dat de verjaringstermijn van vijf jaar is ingegaan in februari 2002. Brieven uit 2006 waarin om opheldering werd gevraagd, stuiten de verjaring niet omdat ze niet ondubbelzinnig het recht op schadevergoeding voorbehouden. Pas in 2010 werd een brief gestuurd die wel een stuiting kon zijn, maar die kwam te laat, na het verstrijken van de verjaringstermijn.
Daarom is de vordering verjaard en wijst de rechtbank deze af. De proceskosten worden aan [X.] opgelegd met wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding is verjaard en wordt afgewezen.