ECLI:NL:RBHAA:2011:BW4469
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering compensatie vertraagde vlucht wegens onvoldoende onderbouwing
De zaak betreft een vordering van passagiers tegen Swiss Airlines wegens vertraging van hun vlucht van Cairo via Zürich naar Amsterdam op 15 en 16 februari 2009. De passagiers vorderen compensatie op grond van Verordening (EG) 261/2004, omdat zij door een technische vertraging van de eerste vlucht hun aansluitende vlucht hebben gemist en daardoor met meer dan 11 uur vertraging op de eindbestemming zijn aangekomen.
Swiss Airlines betwist de vordering en voert onder meer aan dat de vordering niet tijdig is ingesteld en dat de Verordening niet op de tweede vlucht van toepassing is, omdat de passagiers zich niet tijdig voor die vlucht hebben gemeld. De kantonrechter verwerpt het exceptieve verweer van niet-toepasselijkheid van de Verordening wegens te late ingebruikname.
De kantonrechter oordeelt dat de reis uit twee onafhankelijke vluchten bestond, ondanks de enkele boeking, en dat voor elke vlucht afzonderlijk moet worden beoordeeld of recht op compensatie bestaat. De passagiers hebben onvoldoende gesteld om te beoordelen of zij aanspraak kunnen maken op compensatie voor de vertraging op deze afzonderlijke vluchten.
Daarom wordt de vordering afgewezen en worden de proceskosten aan de passagiers opgelegd. Het vonnis is gewezen door mr. J.H. Dubois op 22 december 2011.
Uitkomst: De vordering tot compensatie wegens vertraging wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.