De rechtbank Haarlem behandelde een verzoek van de man, de biologische vader, om het eenhoofdig gezag over zijn minderjarige kind te verkrijgen. De minderjarige is geboren uit een draagmoeder die sinds de geboorte geen invulling heeft gegeven aan het ouderlijk gezag en middels een gelegaliseerde verklaring afstand heeft gedaan van haar rechten en verplichtingen.
De rechtbank stelde vast dat de man de minderjarige sinds de geboorte verzorgt en opvoedt, terwijl de draagmoeder in India woont en moeilijk bereikbaar is. Gezien het belang van de minderjarige oordeelde de rechtbank dat gezamenlijk gezag niet haalbaar is en dat de minderjarige klem zou raken bij belangrijke beslissingen als toestemming van de draagmoeder vereist zou zijn.
Daarom werd het verzoek van de man toegewezen: de voogdij werd beëindigd en de man werd belast met het eenhoofdig gezag over de minderjarige. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.