ECLI:NL:RBHAA:2012:5958
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding na vrijspraak wegens beroep op zwijgrecht
De rechtbank Haarlem behandelde een verzoek tot schadevergoeding namens de erfgename van een gewezen verdachte die was vrijgesproken van poging tot overtreding van artikel 289 Sr Pro. De verdachte had 391 dagen in uitleveringsdetentie, inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis doorgebracht. Ondanks de vrijspraak werd het verzoek afgewezen omdat de verdachte zich op zijn zwijgrecht had beroepen en daardoor het onderzoek vertraagde en de voorlopige hechtenis deed voortduren.
De officier van justitie stelde dat het zwijgen van de verdachte ertoe had geleid dat de verdenking bleef bestaan en de vrijheidsbeneming langer duurde. De rechtbank oordeelde dat de proceshouding van de verdachte, die geen verklaring gaf voor zijn aanwezigheid op de plaats delict, mede heeft bijgedragen aan het voortduren van de vrijheidsbeneming en daarmee aan de schade.
Gelet op artikel 89 Sv Pro kan een vergoeding worden toegekend indien er gronden van billijkheid zijn. De rechtbank vond deze gronden niet aanwezig, mede vanwege de motivering in het vonnis van vrijspraak en het feit dat het beroep op zwijgrecht rechtmatig was maar ook het onderzoek verlengde. Het verzoek om schadevergoeding werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat de verdachte door zijn zwijgrecht het voortduren van voorlopige hechtenis heeft bevorderd.