ECLI:NL:RBHAA:2012:5961
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Compensatievordering vertraagde vlucht afgewezen wegens buitengewone omstandigheid
De passagiers vorderden compensatie van Transavia Airlines voor een vertraagde vlucht, stellende dat het Sturgeon-arrest van toepassing is en ook bij vertraging aanspraak op compensatie bestaat. De kantonrechter bevestigt dat de jurisprudentie van het Sturgeon-arrest gevolgd wordt, waarbij passagiers bij een vertraging van drie uur of meer aanspraak kunnen maken op compensatie.
De vertraging werd veroorzaakt door een 'stabilizer out of trim light'-probleem dat zich pas na het vertrek voordeed, waardoor het vliegveiligheidsprotocol in werking trad en de vlucht moest worden afgebroken. Transavia stelde dat dit een buitengewone omstandigheid betrof die haar ontslaat van compensatieplicht. De passagiers betwistten dit en noemden het een bedrijfsinherent probleem.
De kantonrechter oordeelde dat het probleem onverwacht was en niet met andere dan reguliere onderhoudsmaatregelen had kunnen worden voorkomen. Daarnaast werd direct een ander toestel ingezet om de vertraging te beperken. Daarom slaagde het beroep van Transavia op buitengewone omstandigheid en werd de vordering van de passagiers afgewezen. De proceskosten werden aan de passagiers opgelegd, met uitzondering van de kosten voor het verzoek tot aanhouding die voor rekening van Transavia kwamen.
Uitkomst: De vordering tot compensatie wegens vluchtvertraging wordt afgewezen wegens een erkende buitengewone omstandigheid.